Wat doet een insulinepomp?

insulinepompWat doet een insulinepomp?

Veel mensen met T1D gebruiken een insulinepomp. Het grote voordeel van pomptherapie is dat er een basaalschema wordt ingevoerd, vergelijkbaar met langwerkende insuline. Het voordeel is dat je met een basaalstand gedurende 24 uur kleinere hoeveelheden insuline in het lichaam komen, zodat de bloedsuikerwaardes stabieler blijven. Voor de maaltijden moet er ‘gebolust’ worden. Dat houdt in dat er een extra hoeveelheid insuline moet worden afgegeven die past bij wat je gaat eten. Hoe weet je nou hoeveel insuline je nodig hebt voor een bepaald aantal koolhydraten? Dat is namelijk niet bij iedereen hetzelfde en zelfs gedurende de dag kunnen daar soms grote verschillen in zitten. Dit is bijvoorbeeld afhankelijk van de snelheid van het metabolisme. Het kan zijn dat iemand ’s middags relatief meer insuline moet gebruiken dan bijvoorbeeld ’s avonds. Of andersom. Ook een griepje of stress kan de boel al aardig in de war sturen. Gelukkig worden mensen niet met een pompje het bos ingestuurd. Voordat je met pomptherapie start, moet er heel wat gebeuren.


Pomp uitkiezen

De eerste stap, nadat je meestal in overleg met de internist en de diabetesverpleegkundige (DVK), hebt gekozen voor pomptherapie, is het uitkiezen van een pompje. Er zijn héél veel verschillende modellen in de handel. De keuze is dan ook zeer persoonlijk. Traditionele insulinepompjes zijn kastjes (ter grote van een mobiele telefoon) die in een zakje, tasje of met speciale bandjes ergens op het lichaam worden gedragen. In dit pompje zit de insuline die via een canule (slangetje) in de buik gebracht wordt. Daarvoor is ook een ‘infusiesetje’ nodig, waarmee de canule in het vetweefsel wordt geschoten. Het klinkt griezelig, maar dat is het natuurlijk niet. Op het pompje zelf bevinden zich de bedieningsknoppen, waarmee je  basaalschema’s kunt veranderen, bolussen kunt geven of bijvoorbeeld de pomp enige tijd uit kunt zetten. (Handig bij het sporten!).

_MG_0572_webres _MG_0709_webres
Verder zijn er sinds enkele jaren ook ‘draadloze’  pompjes op de markt. Het pompje (ter grootte van een half ei maar dan platter) wordt met een sticker op de plaats van bestemming geplakt. Dat kan op de onderrug/billen, de armen, de benen of de buik zijn. Bij de pomp wordt een afstandsbediening geleverd, waarmee je de ‘pod’ kunt aansluiten (een mini-canule wordt in de vetlaag geschoten) en vervolgens kun je met de afstandsbediening hetzelfde doen als met de traditionele  pomp. Aan- en uitzetten, bolussen basaalschema aanpassen etc. De afstandsbediening bevat ook een bloedsuikermetertje, zodat je maar één gadget in je handtas of broekzak hoeft te stoppen. Veel vrouwen geven de voorkeur aan de pod omdat hij minder zichtbaar is onder kleding en ook voor kinderen is het vaak een uitkomst! De pod hoeft niet te worden ‘losgekoppeld’ onder de douche of in het zwembad want hij is volledig waterdicht.
Een bezwaar zou kunnen zijn dat de pod (die drie dagen meegaat) een beperkte hoeveelheid insuline kan bevatten. Mensen die meer dan 200 EH per drie dagen nodig hebben, kunnen de pod meestal niet gebruiken. Maar de meeste T1D patiënten komen er gemakkelijk mee uit.

_MG_0517_webres _MG_0524_webres

Voor meer informatie over alle verschillende insulinepompen, kijk op www.pompnet.nl

En dan…

Als de pomp eenmaal is uitgezocht, zal de DVK een aanvraag bij de verzekeraar indienen, die over het algemeen gewoon gehonoreerd wordt. Wie in aanmerking wil komen voor pomptherapie zal ‘bewezen’ in staat moeten worden geacht hem goed en oordeelkundig te kunnen gebruiken. In gesprekken met de DVK zal het hier ook over gaan. Controleer je regelmatig de bloedsuikers, begrijp je hoe belangrijk dat is en voldoe je aan hygiënische voorwaarden. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat mensen met bijvoorbeeld beperkte vermogens of andere nare omstandigheden zichzelf letsel kunnen toebrengen met zo’n pomp.

De diëtist

Ook de diëtist speelt een belangrijke rol in het proces. Hij of zij is degene die met de patiënt de koolhydraatratio vaststelt, namelijk hoeveel insuline heb jij nodig om een x aantal koolhydraten aan te kunnen. Hoe snel verloopt dat proces, wanneer kun je beter verlengd bolussen et cetera. Allemaal zaken die je niet snel alleen zult kunnen. De diëtist ‘ondervraagt’ je ook over jouw kennis van voeding in het algemeen. Weet je wat langzame en snelle koolhydraten zijn, wat is gezond, wat niet etc. etc. Als ook de diëtist groen licht geeft, kan de pomptherapie aanvangen.

Nazorg

Maar ook daarna staat de nieuwe pompgebruiker niet alleen. In de meeste ziekenhuizen is een speciale service van de DVK’s die soms 24 uur per dag (zeker gedurende de eerste week van pomptherapie) in noodsituaties vragen kunnen beantwoorden. Daarnaast zijn de DVK’s tegenwoordig allemaal per mail te bereiken en beschikt het ziekenhuis over programma’s waarmee je zelf, vanuit huis, waardes kunt invoeren en vragen kunt stellen. Binnen één dag leest de DVK zo’n programma uit en krijg je telefonisch advies.

Dit protocol van het krijgen van een pomp is een voorbeeld. Er zijn ook ziekenhuizen waarbij je pas na enkele weken met de pomp bij de diëtiste langs gaat.


Ben je benieuwd naar alle vragen? Ze staan hier op een rijtje!