T1D onderzoek in Nederland

JDRF financiert wereldwijd het beste onderzoek naar het behandelen, voorkomen en genezen van Type 1 Diabetes (T1D). Er zijn ook verschillende Nederlandse onderzoekers die van JDRF financiering ontvangen voor hun onderzoek.

Dr. Henk-Jan Aanstoot – Diabeter

Dr. Henk-Jan Aanstoot is kinderarts bij nationaal diabetescentrum Diabeter. Hij werkt samen met prof. dr. Bruce Wolffenbuttel van het UMCG aan het opzetten van een biobank. Deze biobank gaat materiaal omvatten waarmee dr. Aanstoot en prof. dr. Wolffenbuttel op zoek zullen gaan naar biomarkers die de verschillende subgroepen van mensen met T1D kunnen definiëren. Er zijn namelijk therapieën die bij persoon A wel werken, en bij persoon B niet. Dr. Aanstoot en prof. dr. Wolffenbuttel gaan op zoek naar de reden hierachter: welke hormonen, eigenschappen of stofjes heeft persoon A niet die persoon B wel heeft. Zo kunnen therapieën beter op de patiënt worden afgestemd.


Dr. Aart van Apeldoorn – Maastricht University

Dr. Aart van Apeldoorn is onderzoeker bij het het MERLN Institute van Maastricht University. In 2013 ontving dr. van Apeldoorn van JDRF een beurs voor zijn onderzoek naar T1D, ter waarde van ruim 1 miljoen Amerikaanse dollar. In 2016 ontving dr. van Apeldoorn opnieuw een beurs voor zijn onderzoek. Zijn onderzoek richt zich op inkapseling: een manier vinden om insulineproducerende cellen te beschermen, zodat ze in het lichaam geïmplanteerd kunnen worden en hun werk kunnen doen, maar niet aangevallen kunnen worden door de autoimuunreactie. Hierdoor kunnen we mensen met T1D gedurende langere tijd op een veilige manier onafhankelijk maken van extra insulinetoediening.


Dr. Françoise Carlotti – Leids Universitair Medisch Centrum

Dr. Françoise Carlotti werkt bij het Leids Universitair Medisch Centrum in het team van prof. dr. Eelco de Koning. Zij borduurt voort op eerder, door JDRF gefinancierd onderzoek, dat heeft aangetoond dat er cellen in de alvleesklier zijn die veranderd kunnen worden in glucagonproducerende alfacellen. Dr. Carlotti gaat nu in samenwerking met prof. dr. de Koning proberen om cellen in de alvleesklier om te vormen naar insulineproducerende bétacellen. Als dit lukt kan er mogelijk een onuitputtelijke bron van lichaamseigen bètacellen worden gecreëerd. Het onderzoek van dr. Carlotti is een veelbelovende stap op weg naar regeneratie van bètacellen, één van de oplossingspaden van JDRF.


Dr. Bastiaan de Galan – Radboudumc Nijmegen

Dr. de Galan werkt bij het Raboud medisch centrum en is coördinator van het Europese Hypo-RESOLVE project. Het Hypo-RESOLVE project is begin mei 2018 van start gegaan en zal 4 jaar duren. Het heeft financiering ontvangen van bijna 27 miljoen euro van het JDRF, het Innovative Medicines Initiative, de Europese Commissie, de Europese federatie van Farmaceutische industrie en de Leona M. and Harry B. Helsmley Charitable Trust.

In het project werken onderzoeksgroepen door heel Europa samen in een ‘consortium’. Hypo-RESOLVE (kort voor ‘Hypoglycaemia – REdefiniting SOLutions for better liVEs’) heeft tot doel om meer informatie te krijgen over hypo’s. Wanneer iemand een hypo heeft, is de bloedsuikerspiegel te laag. Er is echter geen consensus over wat te laag precies is. Wanneer is een hypo gevaarlijk? Wanneer hoef je eigenlijk niet direct wat te doen? En kunnen hypo’s op de lange termijn schadelijk zijn? Dit zijn vragen waar het project zich op toespitst.

Daarnaast wordt ook gekeken naar de psychologische aspecten van hypo’s. Hoe beïnvloeden hypo’s de kwaliteit van leven? Niet alleen de levens van mensen met diabetes, maar ook van hun familie en partner. En wat kosten hypo’s precies? Dit zijn allemaal vlakken die onderzocht gaan worden door het Hypo-RESOLVE consortium.

Een belangrijk onderdeel van het project is uitpluizen wat we eigenlijk al kunnen weten. Er zijn veel onderzoeken gedaan waar wel naar hypo’s gekeken is, maar waar niet alle informatie uitgehaald is. Hypo-RESOLVE gaat daarom ook een klinische database maken, waar ze al deze informatie van de afgelopen jaren in gaan ordenen en samenvoegen. Uit de enorme hoeveelheid informatie in de database kunnen dan nieuwe conclusies getrokken worden. Verder gaan de onderliggende mechanismen van hypo’s onderzocht worden en zullen er statistische analyses gedaan worden om hypo’s te kunnen voorspellen en de consequenties van hypo’s in kaart te brengen.


Prof. dr. Martin Gotthardt – Radboudumc Nijmegen

Prof. dr. Martin Gotthardt werkt samen met dr. Maarten Brom bij het departement nucleaire geneeskunde van het Radboudumc in Nijmegen. Tijdens de JDRF Walk 2014 ontving dr. Gotthardt voor de tweede keer een beurs van JDRF voor het onderzoek wat hij samen met dr. Brom uitvoert in het kader van bètacel imaging: een manier om de insulineproducerende cellen in de alvleesklier weer te geven. Dit onderzoek zou in de toekomst de mogelijkheid kunnen bieden om behandelmethoden beter af te stemmen op de patiënt en het aantal werkende bètacellen in de alvleesklier.


Prof. dr. Bart Roep – Leids Universitair Medisch Centrum

Prof. dr. Bart Roep is immunoloog bij het Leids Universitair Medisch Centrum. Dr. Roep heeft al tientallen keren een grant ontvangen van JDRF voor zijn veelbelovende onderzoek naar een vaccin voor T1D. Ook ontving hij in 2013 de JDRF Netherlands Award for Scientific Excellence en in 2015 de JDRF Grodsky award. Dr. Roep doet onderzoek naar de autoimmuunreactie die bij T1D plaatsvindt en richt zich vooral op het waarom van de aanval. Als ontdekt kan worden waarom de insulineproducerende bètacellen worden aangevallen, kan op basis daarvan gezocht worden naar een therapie om die oorzaak te voorkomen.


Dr. Sandra Smink – Universitair Medisch Centrum Groningen

Dr. Smink richt zich op het ontwikkelen van een artificiële transplantatieplaats: een techniek waarbij insuline producerende cellen van een donor in een supportstructuur in het lichaam worden geplaatst en daar de functie van de defecte bètacellen bij Type 1 Diabetes overnemen. De ontwikkeling van zo’n artificiële transplantatieplaats gaat gepaard met veel onderzoek naar alle factoren die hierin een rol spelen, zoals de keuze van het juiste materiaal, maar ook bijvoorbeeld de bloedtoevoer naar de supportstructuur. Dr. Smink onderzoekt hoe de ontwikkeling van nieuwe bloedvaten in en rond de transplantatieplaats zo snel mogelijk kan plaatsvinden. De bètacellen hebben deze bloedtoevoer nodig om te kunnen overleven. Alleen dan nemen ze de functie over van de bètacellen die in de alvleesklier niet langer werken.


Prof. Dr. Paul de Vos – Universitair Medisch Centrum Groningen

Prof. dr. De Vos werkt al jaren samen met door JDRF gefinancierde onderzoekers in Israël en Amerika. In 2017 ontving hij van JDRF Nederland voor het eerst zelf een subsidie voor zijn onderzoek. Prof. dr. de Vos werkt aan een inkapselingsmechanisme. Hij en zijn team gaan nieuwe biomaterialen ontwikkelen die als beschermhoesje kunnen dienen. De hoesjes van deze biomaterialen hebben een effect op de afweer van het lichaam en op de overlevingskansen van de ingekapselde cellen. Het is de bedoeling dat eilandcellen (donorcellen of in het lab gecreërde cellen) zo langdurig in het lichaam kunnen overleven zonder dat zij vernietigd worden door de auto-immuunreactie.


Dr. Arnaud Zaldumbide – Leids Universitair Medisch Centrum

In februari 2017 heeft dr. Zaldumbide samen met prof. dr. Roep een belangrijk onderzoek gepresenteerd waaruit bleek dat T1D geen fout is van het immuunsysteem, maar een fout is van de bètacellen die een ‘foutief’ eiwit produceren waar het immuunsysteem op reageert. In een nieuw, door JDRF gefinancierd onderzoek dat begint in 2017, wordt gekeken naar een aantal zaken die invloed kunnen hebben op de ontwikkeling van deze eiwitten. Dit doet dr. Zaldumbide door te onderzoeken hoe het cel-DNA verandert tijdens een ontsteking. Door de verandering van het RNA, een vorm van het DNA, kunnen er ‘verkeerde’ eiwitten worden geproduceerd. Tijdens het onderzoek worden deze DNA-veranderingen bekeken door bètacellen buiten het lichaam 48 uur lang bloot te stellen aan T-helpercellen die normaal gesproken in het lichaam een ontstekingsreactie op gang brengen. Vervolgens wordt er gekeken of de eiwitten die op deze manier verkregen worden, gebruikt kunnen worden als biomarkers voor Type 1 Diabetes. Voorlopig kunnen deze bevindingen gebruikt worden om T1D vroegtijdig te diagnosticeren, maar in de toekomst kunnen deze bevindingen ingezet worden om immuunprofielen op te stellen voor mensen met T1D en daarmee een op maat gemaakte genezing te vinden.