Q&A Onderzoek – JDRF Walk 2018

Tijdens de JDRF Walk op 16 juni j.l. kregen de bezoekers de kans om wetenschappers die onderzoek doen op het gebied van Type 1 Diabetes het hemd van het lijf te vragen. De aanwezige wetenschappers waren Dr. Aart van Apeldoorn, Dr. Henk-Jan Aanstoot, Dr. Arnoud Zaldumbide en Dr. Giesje Nefs. De belangrijkste vragen en antwoorden hebben we voor je uitgeschreven.

    

Waarom vinden jullie het leuk om onderzoek te doen?

Dr. Apeldoorn: Ik vind het leuk om mijn kennis over de biologie en materiaalkunde te gebruiken om creatief bezig te zijn en daarmee een oplossing te vinden.

Dr. Aanstoot: Ik vind het niet leuk om onderzoek te doen, maar wel heel spannend. Ik zie veel mensen met Type 1 Diabetes en vind dat we daar iets aan moeten doen. We moeten gewoon Type 1 Diabetes de wereld uit werken.

Dr. Zaldumbide: Ik vind het ook spannend. Ik ben geen bioloog, maar ik ben wel heel nieuwsgierig. Ik wil meer weten over wat er precies gebeurt bij het ontstaan van Type 1 Diabetes.

Dr. Nefs: Een onderzoeker is een soort detective bij de politie die moet puzzelen om een oplossing te vinden. In mijn werk zijn kinderen hoofddetectives en ik hulpdetective. Samen proberen we een oplossing voor problemen te bedenken.

U zegt dat Type 1 Diabetes geen auto-immuunziekte is, wat is het dan?

Dr. Zaldumbide: Er is nog steeds sprake van een auto-immuun destructie, maar de fout ligt niet in het immuunsysteem, maar in de bètacel die een fout eiwit maakt en daarom worden ze kapot gemaakt.

Giesje, kun jij iets vertellen over jongeren met Type 1 Diabetes van 18-22?

Dr. Nefs: Dat is een leeftijd waarop veel gebeurt: studeren, het huis uit, vrienden. Dan is Type 1 Diabetes niet het eerste waar je mee bezig bent. Het is een periode waarin je ruimte moet krijgen om je eigen leven te gaan leiden. De meeste jongeren willen enerzijds wel zorgen voor hun Type 1 Diabetes, maar anderzijds conflicteert dit heel vaak met de andere dingen zoals een bijbaantje waar er niet altijd begrip voor is. Er is dus veel spanning tussen het zorgen voor Type 1 Diabetes en alle andere belangrijke dingen in het leven.

Publiek: Mijn zoon is nu 22 en heel zelfstandig, maar soms zie je dan dat het niet goed gaat met hem en de rest van de wereld gewoon doorgaat. Dat doet me beseffen dat je dan de hele dag aan het vechten bent alsof je een kater hebt, als vader vind ik dat moeilijk om te zien.

Heb je er nog trucs voor?

Dr. Nefs: Ik zou willen dat er een handboek voor bestond, maar dat bestaat niet. Type 1 Diabetes is heel individueel, iedereen moet daar eigen weg in vinden. De een wil zijn omgeving betrekken, anderen willen het juist weer heel privé houden. Voor de een werkt een sensor, voor de ander weer niet.

Wanneer is het genezen? Zijn er voldoende middelen om wetenschappers aan de gang te laten gaan?

Dr. Aanstoot: Er is de afgelopen jaren al ontzettend veel verbeterd. De toekomst ziet er stralender uit dan een aantal jaar geleden. Een toekomst zonder complicaties durven we wel al te zeggen. Voor onderzoek is heel fijn dat JDRF bestaat, want er is niet alleen geld nodig voor onderzoek, maar ook politieke moed en durf. Omdat JDRF een internationale organisatie is, is er een wereldplan.

Dr. Zaldumbide: Het is lastig om een oplossing te zoeken voor een ziekte waarvan we nog steeds niet weten hoe het precies ontstaat. En we realiseren steeds meer dat Type 1 Diabetes waarschijnlijk bij iedereen anders is dus we moeten meer richting “personlized medicine” gaan.

Er wordt alleen maar over Type 1 Diabetes gesproken, waarom spreekt u in uw onderzoek niet over Type 2?

Dr. Zaldumbide: Over Type 2 moet inderdaad ook nog veel geleerd worden. Zo zijn er bij Type 2 ook problemen met de bètacellen, en we kunnen daarvan leren om medicatie voor Type 1 Diabetes te maken.

Dr. Aanstoot: We horen altijd dat Type 1 Diabetes niet erfelijk is en Type 2 wel, alhoewel in sommige families de vatbaarheid wel groter is. In Leiden wordt een “streepjescode” ontwikkeld voor het ontstaan en het beloop van de ziekte. We gaan langzaamaan naar het vastleggen van genetische achtergronden en we kunnen bijvoorbeeld vastleggen hoe agressief het immuunsysteem is. We gaan steeds meer proberen om Type 1 Diabetes op te delen in categorieën. Erfelijkheid is van belang, maar niet de enige factor.

Wat we kunnen we de komende jaren verwachten dat echt een verschil gaat maken voor mensen met Type 1 Diabetes?

Dr. Apeldoorn: In de VS loopt een klinische studie met uit stamcellen gemaakte bètacellen en die we willen combineren met een implantaat. Dat wordt momenteel op een kleine groep mensen getest. Eerder zijn hier al een aantal minder succesvolle trials van geweest. Een bètacel heeft namelijk veel zuurstof en glucose nodig, raakt snel gestrest en is daardoor een moeilijke cel om mee te werken. Er is wel progressie, misschien dat er over jaar of vier interessante resultaten zullen zijn.

Dr. Aanstoot: We hebben bij Diabeter een aantal mensen die meedoen met een Engels immunotherapie onderzoek en dat gaat goed. De technologie gaat ook vooruit; er komen steeds meer pompen die dingen zelf doen. We moeten wel knokken om hier meer in te bereiken. Ik verwacht de komende jaren veel Artificial Intelligence bij pompen en sensoren.

Dr. Zaldumbide: We proberen nieuwe aangrijpingspunten te vinden en overleggen dan met Dr. Aanstoot of het zou kunnen helpen. We proberen te werken aan medicatie die cel stress vermindert en aan nieuwe bronnen voor de ontwikkeling van bètacellen.

Dr. Nefs: Vanuit de psychologie proberen we meer Type 1 Diabetes specialisten op te leiden, zodat er niet wordt gezegd: waarom neem je dan een dagje geen insuline als het zo zwaar is? Dus wij helpen met volhouden tot we een oplossing hebben.

Dr. Aanstoot: Bedankt, want we hebben niet alleen geld nodig maar ook mensen. Al die hulp is ontzettend belangrijk!