Wat is diabetes?

Diabetes is een aandoening waarbij het lichaam niet in staat is om glucose in het bloed om te zetten naar brandstof voor de cellen. Zonder deze brandstof kan je lichaam niet functioneren. Er zijn verschillende vormen van diabetes. De bekendste twee zijn type 1 en type 2 diabetes. Daarnaast onderscheiden we ook MODY, neonatale diabetes, LADA en zwangerschapsdiabetes. Stichting JDRF zet zich exclusief in voor mensen met type 1 diabetes(T1D). Wij financieren onderzoek naar genezing, behandeling en preventie van T1D, en geven daarnaast voorlichting over alles dat met deze aandoening te maken heeft. Wil je meer weten over de andere vormen van diabetes? Lees meer op deze pagina van het Diabetesfonds.

Hoe ontstaat type 1 diabetes?

Type 1 diabetes(T1D) is een auto-immuunziekte. Dat wil zeggen dat de ziekte veroorzaakt wordt door een lichaamseigen afweerreactie. Het immuunsysteem valt de insulineproducerende cellen in de alvleesklier aan. Tot voor kort werd gedacht dat deze reactie ontstond door een fout van het afweersysteem, maar uit recent onderzoek is gebleken dat het afweersysteem in actie komt omdat de insulineproducerende bètacellen een eiwit aanmaken dat niet geaccepteerd wordt.

Wat houdt het in om type 1 diabetes te hebben?

Heb je T1D, dan heb je dat levenslang. Je lichaam maakt geen insuline meer aan. Insuline is een belangrijk hormoon, dat ervoor zorgt dat de suikers in je bloed omgezet worden tot brandstof voor je cellen. Elke functie van je lichaam heeft deze brandstof nodig. Leven zonder insuline is daarom niet mogelijk. Iemand met T1D moet daarom zelf meerdere keren per dag insuline toedienen. Dit kan met injecties, of met een continu infuus. Ook moet je regelmatig je bloedglucose gehalte meten. Dit kan door een vingerprik. Een speciaal apparaat meet dan de glucosewaarde in een druppel bloed. Een relatief nieuwe ontwikkeling is de ‘sensor’. Dat is een apparaatje dat elke 5 minuten de glucosewaarde meet, het resultaat lees je dan af op een ontvanger, of zelfs op je telefoon. Helaas worden sensoren alleen voor een kleine groep mensen vergoed door de verzekering.

Hoog én laag?

Het is belangrijk om je bloedsuiker zo stabiel mogelijk te houden. Je bloedsuiker kan namelijk te hoog óf te laag zijn. Hoge bloedsuikerwaarden noemen we ook wel hypers (volledig: hyperglycaemie). Hoge bloedsuikerwaarden verhogen het risico op ernstige complicaties op de lange termijn, maar ook kun je er een ‘diabetische ketoacidose’ van krijgen. Dat is een acute en levensgevaarlijke complicatie van diabetes.

Ook een lage bloedsuikerwaarde kan levensgevaarlijk zijn. Hypoglycaemieën of hypo’s kunnen er voor zorgen dat je flauwvalt, in coma raakt of in extreme gevallen zelfs kunt overlijden. Als je een lage bloedsuiker hebt, is het belangrijk om zo snel mogelijk snelle suikers te eten, zoals bijvoorbeeld druivensuikers.
Het is dus heel belangrijk om je waarden tussen de grenswaarden te houden, maar dat is heel moeilijk. Niet alleen de insuline die je toedient is van invloed, maar ook alle koolhydraten en zelfs proteïnen die je eet, hoeveel je beweegt, of je ziek bent of schommelingen in je hormonen. Zelfs de omgevingstemperatuur kan invloed hebben op je bloedsuikers.

Koolhydraten

Vroeger dacht men (en helaas denken sommige mensen dat nog steeds) dat iemand met diabetes helemaal geen suiker mag eten. In werkelijkheid kunnen mensen met type 1 diabetes in principe alles eten. Het is alleen wel belangrijk om op basis van de koolhydraten in het eten en de bloedsuikerwaarde op dat moment een juiste insulinedosis te berekenen. Onder koolhydraten vallen suikers, vezels en zetmeel. Ze zitten dus in erg veel voedingsproducten. Gelukkig staat meestal op de verpakking hoeveel koolhydraten er in je snack zit, maar als je uit eten bent wordt het al veel moeilijker.

Complicaties

We praten er liever niet over, want het is erg confronterend, maar met type 1 diabetes is je risico op ernstige complicaties hoog. De meest voorkomende complicaties zijn schade aan ogen, nieren, het hart- en vaatstelsel en de zenuwen in handen en voeten. Daarnaast komen ook dingen als ‘frozen shoulder’ en andere gewrichtsklachten vaak voor. Ook kan gastroparese ontstaan. Gastroparese zorgt ervoor dat je spijsvertering trager dan normaal werkt, wat leidt tot een vertraagde opname van voedingsstoffen. Dit kan ook weer zorgen voor ontregelde glucosewaarden.

Hoe zit het met genezing?

Onder andere dankzij steun van onze donateurs zijn wij in staat om onderzoekers wereldwijd de financiële steun te geven om hun onderzoek naar genezing mogelijk te maken. Omdat het ziektebeeld van type 1 diabetes niet bij iedereen gelijk is hebben we gekozen voor verschillende aanpakken. Bijvoorbeeld het maken van nieuwe bètacellen uit stamcellen, het verpakken van bètacellen in kapsels die de afweerreactie tegengaan en het herprogrammeren van het immuunsysteem. Al deze onderzoeken lopen gelijktijdig. In het verleden is het nog wel eens gebeurd dat een termijn genoemd werd voor het vinden van genezing. Inmiddels weten we beter, het is een erg complexe ziekte, en we leren elke dag nieuwe dingen over het menselijk lichaam die invloed lijken te hebben. Daarom blijven we tot het eindelijk lukt om type 1 diabetes te genezen zoeken naar de beste, meest effectieve en minst risicovolle behandelmethoden, zoals bijvoorbeeld ‘slimme insuline’ en ‘kunstmatige alvleesklier’-algoritmes.

Blijf op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen rondom Type 1 Diabetes.
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief! en vo
lg ons op Facebook!