Nieuws

Wat te doen bij griep: JDRF helpt je de winter door

in Leven met T1D

Met het griepseizoen in volle gang en overal hoestende en proestende mensen om je heen, ligt de lappenmand op de loer. Ziek zijn is nooit leuk, maar voor mensen met type 1 diabetes kan het extra problemen opleveren. Weten hoe dat zit? Lees dan snel verder.

Als je last hebt van een infectie, een virus of koorts, dan gaat je eigen afweersysteem aan de slag om de indringers te bestrijden. Het is 'alle hens aan dek' en het lichaam schiet te hulp door extra stresshormonen af te scheiden. De keerzijde van die stresshormonen is echter dat je minder gevoelig wordt voor insuline. Hierdoor gaat je bloedglucose stijgen, omdat bijvoorbeeld je lever meer glucose maakt.

Voorkomen

Voorkomen dát je ziek wordt, is altijd de beste manier om problemen te voorkomen. Je behandelaar zal je daarom bijvoorbeeld aanraden om ieder jaar een griepprik te halen. Deze griepprik is gericht op influenza: een hele nare en vaak lange infectie. Het is goed om te weten dat dit iets wezenlijk anders is dan de griepjes en verkoudheden die in de winter af en toe langs komen waaien.

Maar terug naar het voorkomen van de echte griep: ook voldoende slaap, gezond eten, genoeg drinken en regelmatig je handen wassen kunnen helpen om de griep te ontlopen. Word je toch ziek? Dan is het belangrijk dat je samen met je behandelteam hebt bedacht wat je kunt doen om je diabetes tijdens het ziek zijn te reguleren.

Waar moet je op letten?

  1. Braken = bellen, op ieder moment van de dag.
    Neem bij overgeven altijd contact op met je diabetesteam voor overleg. Braken kán namelijk te maken hebben met een simpele maag/darm-infectie, maar het kan ook het symptoom zijn van een diabetische ketoacidose (DKA). Hierbij gaat het om een ernstige ontregeling, die onmiddellijk medische hulp vereist. Meer over een diabetische ketoacidose lees je hier.
  2. Stop nóóit met insuline.
    Als je ziek bent, heeft je lichaam vaak meer insuline nodig dan normaal. Dit geldt ook als je niet of nauwelijks eet. Vandaar dat het van belang is je lichaam toch van insuline te voorzien. Bij twijfel: overleg de dosering met je diabetesteam.
  3. Meet je bloedsuiker regelmatig.
    Je glucosewaardes kunnen nogal wisselen als je ziek bent. Het advies is dan ook om je bloedsuikers iedere minimaal iedere 3 à 4 uur te controleren. Zo houd je zicht op wat er in je lichaam gebeurt.
  4. Verander je insulinedosering op basis van je bloedsuikers.
    Het klinkt misschien logisch, maar: pas de hoeveelheid insuline die je spuit of bolust, of toegediend krijgt als basaal, aan aan je bloedsuikers. Als dit is opgesteld, doe dit dan volgens het correctie- of bijspuitschema dat je met je diabetesteam hebt gemaakt.
  5. Controleer je ketonen.
    Heb je een ketonenmeter in huis, gebruik deze dan wanneer je tijdens het ziek zijn een hoge bloedsuiker hebt. Zo houd je je eigen gezondheid goed in de gaten.
  6. Wees voorzichtig met hoestdrank, keelpastilles, pijnstillers of andere medicijnen.
    Gebruik je medicijnen, zonder recept, zoals hoestmiddelen of verschillende soorten pijnstillers, lees dan goed de bijsluiter. Sommige middelen kunnen invloed hebben op je bloedsuikers en in een enkel geval zelf op metingen van je glucosemeter of sensor. Twijfel je over de effecten van een medicijn? Vraag dan advies aan je apotheker.
  7. Blijf eten, al is het maar een klein beetje.
    Je lichaam heeft voedsel nodig als brandstof en, ondanks dat je je niet fit voelt, liggen zonder te eten hypo's op de loer. Ook al is het een klein beetje, bijvoorbeeld in de vorm van lichte crackers, fruit, yoghurt of appelsap, toch wat voedingsstoffen binnen te krijgen.
  8. Drink voldoende.
    Naast kleine beetjes eten is het ook goed om voldoende vocht binnen te krijgen. Bij voorkeur drink je als je ziek bent ieder uur een glas (tenzij je arts iets anders adviseert). Als je misselijk bent, probeer dan regelmatig wat kleine slokjes drinken te nemen.
  9. Let op je lichaamstemperatuur.
    Ook door koorts kan je insulinebehoefte toenemen. Houd dus goed in de gaten of je lichaamstemperatuur te hoog is. Heb je langer dan een paar dagen koorts of wordt de koorts ernstig, neem dan contact op met je arts. Hetzelfde geldt als je na een aantal koortsvrije dagen wederom koorts krijgt.
  10. Neem op tijd contact op met je arts of diabetesteam.
    Vergeet niet: als het nodig is, kan je uiteraard altijd terugvallen op je diabetesteam en/of arts. Bijvoorbeeld als hoesten ernstige vormen aanneemt (en bijvoorbeeld leidt tot benauwdheid), diarree langer dan zes uur aanhoudt, je bloedglucose lange tijd buiten de streefwaarden blijft of je twijfelt over wat je het beste kan doen.

Hopelijk gaat de griepgolf aan je voorbij en heb je bovenstaande tips niet nodig. Maar mocht de griep je vellen, dan weet je in ieder geval wat je het beste kunt doen.

JDRF streeft naar een wereld zonder type 1 diabetes (T1D). Wij financieren onderzoek om levens van mensen met type 1 diabetes te verbeteren en om genezing mogelijk te maken.

Geef voor onderzoek