Relatie Type 1 Diabetes en Coeliakie aangetoond

darmflora

Baanbrekend wetenschappelijk onderzoek in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) heeft een verband aangetoond tussen de auto-immuunziekte Type 1 Diabetes (T1D) en coeliakie, beter bekend als glutenallergie.

Wetenschappers Menno van Lummel en Bart Roep hebben aangetoond dat het enzym tTG, dat gluten in bijvoorbeeld brood omvormt tot een allergeen (een stof die een afweerreactie oproept) bij mensen met coeliakie, ook verantwoordelijk is voor het veranderen van pro-insuline dat in de Eilandjes van Langerhans wordt gemaakt om bloedsuiker te reguleren. Hierdoor kan een afweerreactie tegen deze eilandjes ontstaan die leidt tot T1D. Dit gebeurt vooral als er sprake is van ‘eilandjesstress’ (bijvoorbeeld door teveel vraag naar insuline, of bij virusinfectie of ontsteking), want dan wordt dit enzym actief.

JDRF heeft, mede naar aanleiding van deze nieuwe inzichten, een onderzoeksprogramma uitgezet om verder onderzoek op dit terrein te stimuleren en ook te financieren.

Coeliakie en TID
De ziekte coeliakie komt vaak in combinatie met T1D voor. Vijf procent van de patiënten met T1D heeft ook glutenallergie. Coeliakie is echter geen complicatie van T1D: deze twee ziektes komen naast elkaar voor. Ook de volgorde waarin ze optreden is niet altijd hetzelfde: vaak is T1D de eerste ziekte, soms de coeliakie. Vooral jonge kinderen vormen een risicogroep.

Belangrijke doorbraak
Onderzoeksleider Professor Bart Roep: “Op een congres in Melbourne een paar weken geleden sloeg deze ontdekking in als een bom. Immers, ook bij andere auto-immuunziekten (bijvoorbeeld reuma) is de verandering van eiwitten (in dat geval in het kraakbeen, en door een ander enzym, PAD) de aanleiding dat het immuunsysteem zich tegen eigen weefsel richt.”

Extra geld voor onderzoek
Marieke Samson, bestuurslid Research en Informatie van Stichting JDRF Nederland: “Dit onderzoek laat een nieuw mechanisme zien dat betrokken is bij het ontstaan van T1D. Begrip van onderliggende principes is essentieel om nieuwe therapieën te kunnen ontwerpen. Zonder te weten hoe het zit, kan je niet gericht werken aan het veranderen of voorkomen van ziekmakende immuunreacties. Dit nieuwe inzicht biedt aanknopingspunten om in het ziekteproces in te grijpen en kan dus van groot belang zijn voor T1D-patienten en hun behandelaren.”