Hoef je met een pomp en sensor niks meer te doen?

101 vragen over - plaatjeHoef je met een insulinepomp en sensor niks meer zelf te doen?

Sommige mensen denken dat je met een insulinepomp en een sensor dus nooit meer een probleem hebt. Alles gaat toch automatisch? Nee dus. Een pomp moet bediend worden en je hebt je verstand er altijd bij nodig. Het zijn technische apparaatjes en die kunnen ook weleens een mankement vertonen. Daar moet je altijd op bedacht zijn. Voel jij een hypo maar geeft je sensor niks aan? Dan is het toch handig om even met een vingerprik te checken wat er gebeurt.

Pompproblemen

Een pompje doet wat hem gezegd wordt, je bent en blijft zelf verantwoordelijk voor het aantal EH insuline dat je gebruikt. Je moet dus op tijd ingrijpen als je te laag of te hoog komt te zitten.  Een extra bolus, het pompje uitzetten gedurende een bepaalde tijd of gewoon wat extra’s eten. Maar soms ligt het ook gewoon aan de pomp. Niet alle plekken op het lichaam zijn even geschikt voor pod’s of infusiesets. Na heel lang insulinegebruik kan het zijn dat er littekenweefsel in bijvoorbeeld de buikwand ontstaat, waardoor insuline veel minder goed wordt opgenomen in het lichaam. De kunst is regelmatig van plek te verwisselen. En pompje (of een infusieset) kan ‘eruit floepen’ bijvoorbeeld tijdens het sporten of het stoten tegen een deurpost of iets dergelijks, de pod of de infusieset kan verstopt raken. Alert blijven is ontzettend belangrijk als je een insulinepomp draagt!

Sensorproblemen

Wat voor de pomp geldt, geldt ook voor de sensor. Het is techniek en die raakt ook weleens van slag. Wat vrij vaak voorkomt is dat de sensor waardes aangeeft die niet overeenstemmen met de werkelijke waarde van dat moment. Een van de belangrijkste dingen is dat de sensor vertraging heeft: hij loopt zo’n tien minuten achter. Krijg je een alarm voor een lage bloedsuiker met het pijltje recht naar beneden, dan moet je dus incalculeren dat dit proces al minstens tien minuten aan de gang is! Een ander fenomeen is dat de sensor weleens op hol kan slaan. Zomaar ineens stijgt je BG bijvoorbeeld van  6.5 binnen een half uur naar tegen de 20. Dit is niet normaal, hoewel het natuurlijk in principe wel kan. Maar ga NOOIT zomaar extra bolussen, houd er rekening mee dat er iets anders aan de hand kan zijn en doe een gewone vingerprikmeting, liefst met een ander metertje. Het gebeurd dat mensen in coma belanden omdat ze zonder verder nadenken maar gewoon flink hebben gebolust, terwijl alleen de sensor de weg kwijt was. Ga dus niet alleen af op je  sensor, gebruik je verstand en vertrouw niet alleen op de techniek, hoe geavanceerd hij ook is!


Ben je benieuwd naar alle vragen? Ze staan hier op een rijtje!